Als kind 'schreef' ik al boeken. Nou ja, dat wil zeggen: ik plakte schriftjes vol met dierenplaatjes en schreef er korte verhaaltjes bij. Zelf iets creëren had voor mij toen al iets magisch; het prikkelde mijn fantasie en bracht me in werelden die alleen ik kende. Werelden die ik met een pen tot leven kon toveren. Het maken vond ik dan ook altijd véél leuker dan het lezen zelf.
Toen ik ouder werd, kwamen gedichten om de hoek kijken. Een gedicht is een bijzonder fenomeen: je probeert daarin zoveel mogelijk te zeggen met zo min mogelijk woorden. Voor een boek gelden heel andere regels. Daarin moet je soms juist weinig vertellen met zoveel mogelijk woorden. Je zou een complete dag kunnen beschrijven op tweehonderd pagina’s—een hele kunst op zich.
Toch heb ik me op een dag voorgenomen om de sprong te wagen: ik ga een boek schrijven. Gewoon beginnen en doorzetten. Dat bleek een lange adem te vereisen. Maar nu, na een aantal jaren, tientallen korte verhalen en twee complete oefenboeken, is het gelukt! Mijn boek Schuilevink is geboren en uitgegeven door Jitske Kingma van Uitgeverij Elikser.
Lang leve de fantasie!
In mijn volgende blog vertel ik je alles over de 'struggle' tijdens het schrijven van een boek.
Reactie plaatsen
Reacties